Soms vond ik hem moeilijk, Thomas. Ik begreep hem niet altijd. Hij leefde in zijn eigen wereld.
Als ik iets praktisch van hem wilde weten, kon het echt heel lang duren voordat ik antwoord kreeg. Als ik het al kreeg. Nu kan ik erom glimlachen, maar toen kon ik me er af en toe ook behoorlijk aan irriteren. Hoe hij dacht dat het was, zo was het vaak gewoon niet.
En met iets meer dan een uur per maand voor alles rondom de financiën, inclusief het contact met hem, is er geen ruimte voor eindeloze discussies over het feit dat hij eigenlijk eigenaar was van een complete galerijflat. Of over de vraag of ik al wat meer wist van de wijkagent over de parkeerplaats waar al zijn oldtimers stonden.
Als bewindvoerder wil en moet je soms gewoon even dóór.
En dan had ik zijn eindeloze reeks kwijtgeraakte bankpassen nog niet genoemd.
Praktisch als ik ben, hebben we op een gegeven moment een tweede leefgeldrekening geopend. Dan kon zijn leefgeld in ieder geval naar de rekening waarvan de pas op dat moment níét kwijt was. Gezien de chaos in zijn huis en in zijn hoofd, was het niet zo vreemd dat hij zijn passen vaak kwijt was. Hij was er ook van overtuigd dat er ’s nachts mensen in zijn huis liepen.
Wat ik dan weer verrassend vond: zijn sleutels raakte hij nooit kwijt. Die zaten vast aan zijn tas. Daar moest hij zelf ook wel een beetje om lachen.
Als ik hem belde, was hij vaak niet thuis. Hij was koffie drinken in de supermarkt. Thomas maakte zo zijn rondes door de stad. Hij had contacten, maar niet echt vrienden. Een oude jeugdvriend uit zijn studietijd. Later ook een dame die hij regelmatig in de koffiehoeken tegenkwam. Ze kwamen eigenlijk nooit bij hem thuis, maar het waren wel zijn vrienden.
Ik heb zijn casus ooit ingebracht tijdens een NLP-cursus die ik volgde. NLP maakt veel gebruik van taal en het ‘spiegelen’ van de klant om aansluiting te krijgen. Tijdens een oefening werd ik letterlijk op verschillende plekken in de ruimte gezet om vanuit een ander perspectief naar dezelfde situatie te kijken.
Ik moest proberen de wereld vanuit zijn ogen te bekijken.
Dat was bijzonder.
Of ik hem daarmee helemaal goed begreep, durf ik niet te zeggen. Waarschijnlijk niet. Maar het gaf me wel handvatten voor ons contact. Misschien hoefde ik hem ook niet volledig te begrijpen. Ik moest vooral proberen te begrijpen hoe híj de wereld zag.
Makkelijk is het nooit geworden. En zeker niet snel of efficiënt.
Maar Thomas paste in geen enkel hokje.
En misschien verdiende juist hij daarom een vertegenwoordiger die hem ook niet in een hokje probeerde te duwen.
Dus zette ik graag die extra stap.



