Thomas (1) – De eerste ontmoeting

Thomas was een bijzondere cliënt voor me. Nu heb ik in de afgelopen jaren veel mooie en bijzondere cliënten gehad, maar over Thomas zou ik een boek kunnen schrijven. Als een cliënt laat zien hoeveel diversiteit er in dit beroep zit, dan is hij het wel. Ik zal meerdere ervaringen met hem hier delen. 

Het begon met een telefoontje van een ambulant hulpverlener: “Sabine, doe me een lol en blijf van zijn auto af. Hij moet echt onder bewind, maar die auto is heilig. Als die weg moet van jou, gaat hij het nooit doen.”

Ik kwam bij Thomas thuis en stapte een woonkamer binnen die helemaal vol lag. Kranten, folders, bierblikjes, actiefiguren, snoeren, frisdrankflessen, meubeltjes. Er was nauwelijks nog een looppad te ontdekken. Op de enorme hoekbank was een zitplek vrijgemaakt. Ik zat dus lekker knus tussen de stapels papier en andere rommeltjes.

Thomas was een hele lieve, zachte man. Hij kwam een beetje over als een kind. Hij kon wildenthousiast vertellen over al zijn poppetjes en was ervan overtuigd dat zijn collectie heel bijzondere en waardevolle exemplaren bevatte. Hij was ook een ontzettend intelligente man. Hij had gymnasium gedaan en gestudeerd. Ik voelde eigenlijk direct een klik met hem.

Hij vertelde van alles. Dit was het huis waar zijn ouders hadden gewoond. Zijn vader was al eerder overleden, maar Thomas zag hem nog regelmatig op televisie en in een tijdschrift. Zijn moeder was een paar jaar daarvoor overleden. Van haar erfenis had hij de auto gekocht.

We praatten over het bewind. En natuurlijk over de auto.

Thomas had een flinke schuld bij de Belastingdienst en er lag inmiddels een dwangbevel in naam van de koning. De auto moest verkocht worden. Daar was eigenlijk geen twijfel over mogelijk.

Ik zei het dus maar gewoon zoals het was. We moesten de auto verkopen. Dat, of de Belastingdienst zou hem in beslag nemen. Kwijt was hij hem hoe dan ook.

Thomas keek me aan.

En hij vond het goed. Het bewind. De verkoop van de auto. Ik zie de hulpverlener nog stomverbaasd kijken.

Thomas vertrouwde me. Het bewind werd aangevraagd.

Dat doe ik wel even

Een goed gesprek met een curator, met wat vrienden en een inschrijving bij de Kamer van Koophandel later, kon ik beginnen. Appeltje eitje, dacht ik. Het zijn allemaal particuliere administraties. Ik doe mijn eigen zaken al jaren en alles is uit te zoeken. Hoe moeilijk kon het zijn?!

De eerste klant kreeg ik via de curator toegespeeld. De tweede via een maatschappelijk werker die ook bij de eerste klant betrokken was. Het betrof beide oudere klanten uit een verzorgingshuis. Voor het derde echtpaar werd ik door de rechtbank benaderd. Deze mensen konden zelf geen bewindvoerder vinden. Ik had net kennisgemaakt bij de rechtbank en de rechter had gezegd: ‘Misschien wil zij het proberen, ze is net begonnen en kan nog wel klanten gebruiken.

Of dit ‘klanten’ waren, weet ik niet zo goed. Dit was meer een praktijkopleiding! Stapels papier, boetes, gedoe met de kinderen en een veel te hoog uitgavenpatroon. Ik had ze vaak meerdere keren per week aan de telefoon. Ze hadden altijd wat nodig. Wederkerig was het niet. Als ik aangaf dat ze echt geen auto’s meer op naam moesten zetten en door konden verkopen, werd dit genegeerd. Ik heb heel veel geleerd van deze mensen, maar een leuke cursus vond ik het niet.

De volgende onderschatting aan mijn kant was mijn idee dat alles wel vindbaar was. Tot op de dag van vandaag valt dat me tegen. Er is veel vindbaar. Zeker als je in de 90%-groep valt. Maar de haken, de ogen, de uitzonderingen… die staan nergens.
En de wijzigingen in regelgeving, vaak om te besparen, die worden ook niet gecommuniceerd.

Bijvoorbeeld: mensen met een laag inkomen krijgen de kosten voor bewind vergoed, ook de griffiekosten (kosten van de rechtbank voor de aanvraag). Tot de gemeente bedacht dat als de klant ze al betaald had, hij ze dus wel zelf kon betalen. Dat soort veranderingen worden ingevoerd en daar krijg je bericht van als je aanvraag wordt afgewezen. Nu is de enige keer dat je van mij zal horen dat je een rekening niet moet betalen, die van de griffie.

En zo kan ik nog wel even doorgaan over onlogische constructies en misstanden. Ondertussen begrijp ik heel goed dat niet iedereen het kan, zijn financiële belangen behartigen. Het is soms hartstikke lastig! Zelfs voor iemand met een hbo-opleiding die gewerkt heeft met de moeilijkste mensen, blijven de mensen en/of de regels een ware uitdaging.

Dat maakt het misschien ook wel een van de leukste beroepen die er is. Ik heb nog geen enkele baan zolang gedaan zonder me te vervelen. En bijleren? Gelukkig nog steeds met grote regelmaat. Maar ik kies nu wel vaker zelf de cursus 😉

Hoe het begon

Ik had mijn ontslag ingediend bij de reclassering. Ik hield toezicht op mensen die niet naar de gevangenis hoefden, mits zij zich aan bepaalde voorwaarden hielden. Bijvoorbeeld het volgen van een cursus of behandeling en zich gedurende twee jaar melden bij de reclassering.

Eén van die cliënten kwam altijd samen met zijn curator. Ik heb me weleens afgevraagd wie zich nu eigenlijk aan de afspraken hield, want de curator was er minstens zo druk mee als zijn cliënt. Het ging om een veelpleger: iemand die regelmatig relatief kleine delicten pleegt.

Toen ik vertelde dat ik ontslag had genomen, zei die curator ineens: “Is bewindvoering niets voor jou? Je hebt er de juiste achtergrond voor.”

Hij doelde niet op mijn financiële kennis, maar op het feit dat ik met mensen met problemen kon omgaan én dat ik, door mijn werk bij de reclassering, uiteraard geen strafblad had.

Ik was oprecht verbaasd.

In mijn hele carrière had ik precies één keer met een bewindvoerder te maken gehad. Een cliënt van mij had overgewicht en wilde gaan sporten, maar kreeg geen geld voor sportschoenen. Toen ik de bewindvoerder belde, kreeg ik een voor mij ingewikkeld verhaal over verschillende ‘potjes’ waar onvoldoende geld in zat. Hij wilde echt geen sportschoenen kopen, terwijl ze nog geen dertig euro kostten.

Ik begreep er weinig van. Het geld was er wel, maar niet in het juiste potje. Uiteindelijk bleek dat er misschien toch geschoven kon worden, omdat ik het belang van sporten goed kon onderbouwen. En toen kon het ineens wél.

Met dát beeld zag ik mezelf geen bewindvoerder worden. Bewindvoering ging toch vooral over geld? En daar had ik helemaal niets mee. Ik had een economisch pakket gehad en zelfs de propedeuse van de HEAO gedaan, maar niet voor niets was ik daarna een andere richting opgegaan.

Tot mijn partner zei: “Problemen met geld gaan meestal niet over geld, maar over gedrag. En daar ben jij juist goed in.”

Dat ene zinnetje zette iets in beweging. Zo begon ik aan de meest onderschatte baan uit mijn carrière.

Maar daarover een andere keer meer.